Diverse projecten OV SAAL

De verbetering van de openbaar vervoerverbinding op de as Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad (SAAL) is een werk van lange adem. In 2008 ontstond bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de behoefte om in kaart te brengen welke mogelijkheden er bestaan voor een (aanvullend) ov-systeem in de SAAL-corridor dat systeemeigenschappen zoals snelheid (verbinding) en fijnmazige bediening (ontsluiting) combineert. Het moest daarbij gaan om vervoermiddelen die zonder zware infrastructuur inpasbaar zijn op het grondgebied van Almere. TransTec is gevraagd om geschikte systemen in kaart te brengen en ze op hoofdlijnen te beschrijven. Daarbij ging het om systeemafbakening, voordelen, nadelen, risico’s, referenties, voertuigtypes, systeemeigenschappen, capaciteit, betrouwbaarheid, infrastructurele en materieeltechnische aandachtspunten, kosten en gebruikskenmerken. Dankzij het rapport beschikt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over objectieve informatie over hybride systemen die bijdraagt tot een weloverwogen keuze van langetermijnoplossingen in de SAAL-corridor.

 

In de periode 2008-2009 wordt er door het projectbureau OV-SAAL gewerkt aan de definitie van ov-scenario’s voor de lange termijn. Dit gebeurt in de vorm van concrete pakketten. Een van de aspecten die een rol speelt bij het afwegen van de pakketten ten opzichte van elkaar is hun kostprijs qua exploitatie. Aan TransTec is gevraagd om voor in totaal 8 gedefinieerde pakketten bij benadering de exploitatiekostprijs te berekenen. De pakketten waren opgebouwd uit HOV-bus, metro, stadsgewestelijke trein, regionale sneltrein en magneetzweeftrein. Dankzij het eindrapport beschikt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over één van de bouwstenen die noodzakelijk zijn om pakketten naar kosten en baten met elkaar te vergelijken.

 

Het TransTec rapport „systeemvarianten voor SAAL lange termijn“ gaf inzicht in de eigenschappen van hybride ov-systemen die systeemeigenschappen zoals snelheid (verbinding), fijnmazige bediening (ontsluiting) en goede inpasbaarheid (geen zware infrastructuur) combineren. Aanvullende ontstond bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de behoefte om ook van enkele gangbare klassieke vervoermiddelen de kenmerken op een rij te zetten. Het ging hierbij om metro, stadsgewestelijke trein en regionale sneltrein. TransTec is gevraagd om bovenstaande vervoermiddelen te beschrijven en voordelen, nadelen, risico’s, referenties, voertuigtypes, systeem-eigenschappen, capaciteit, betrouwbaarheid, infrastructurele en materieeltechnische aandachtspunten, kosten en gebruikskenmerken te beschrijven. Dankzij het rapport beschikt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat nu over objectieve informatie over zowel klassieke als hybride systemen. Dit maakt een vlotte vergelijking van langetermijnoplossingen in de SAAL-corridor mogelijk.

  

Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2008