Nieuws

Column Pedro Peters (algemeen directeur RET) over sturen op regelmaat

Over het algemeen sturen openbaar vervoerbedrijven op stiptheid. Dat betekent dat het logistieke proces zodanig is ingericht dat op voorhand alle voertuigen volgens dienstregeling rijden. 

 

Indien zich verstoringen voordoen dan zijn de inspanningen er vooral op gericht om zo snel mogelijk weer ‘volgens’ dienstregeling te rijden. De RET heeft TransTec gevraagd om een studie te verrichten naar de mogelijkheden en consequenties van ‘sturen op regelmaat’. Sturen op regelmaat betekent dat bij bijsturing niet gekeken wordt naar de precieze vertrektijden, maar dat gestuurd wordt op de intervallen tussen de voertuigen. Pedro Peters schreef er de volgende column over in Metro (21 oktober 2015):

 

Trams bewust niet meer op tijd

 

Waarom wacht de chauffeur niet even op die klant die nog aan komt lopen of zijn boetes inmiddels belangrijker dan klanten? Regelmatig krijg ik vragen over ‘op tijd’ rijden. Ja, het klopt dat we boetes krijgen als de bus meer dan 120 seconden vertraging heeft. Tenzij er ‘overmacht’ is. Voor onze chauffeurs betekent dit dat zij elke dag afwegingen moeten maken. Kan ik nog even wachten op die oudere dame die aan komt lopen? Ben ik nog binnen mijn 120 seconden als ik wacht op die vertraagde metro? Een lastig dilemma, want onze opdrachtgever noemt dat geen overmacht. Wij zeggen: de klant gaat altijd voor, dus wacht maar. Die boete nemen we dan op de koop toe.

 

Dankzij moderne technieken kunnen onze chauffeurs tot op de seconde nauwkeurig zien of ze op tijd rijden. Te vroeg wegrijden vinden we uit den boze. Te laat is een ander verhaal. Niet meer dan 120 seconden vertraging door de stad? Probeer het maar eens met de auto! We zouden het kunnen oplossen door de rijtijd van een busrit langer te maken. Maar bij alle ritten zonder oponthoud -en dat zijn er heel wat- moet je dan, om weer niet te vroeg te zijn, bij haltes stil blijven staan. En dat is nou precies wat reizigers heel irritant vinden. Het lijkt soms alsof ‘op tijd’ een doel op zich geworden is uit een computerprogramma.

 

Ik pleit al jaren voor een andere aanpak. Het moet gaan om de vraag wat de reiziger ‘op tijd’ vindt. Van 7 tot 7 uur rijden wij hoogfrequent. Uit onderzoek en de dagelijkse praktijk blijkt dat reizigers dan niet kijken naar exacte vertrektijden. Ze willen regelmaat, korte wachttijd en real-time informatie! Het zal ze worst zijn of het de metro van 12.03 uur of 12.07 uur is. Toch kan een heel rijtje metro’s, dat voor de klant perfect om de paar minuten komt, formeel ‘te laat’ zijn.

 

Wij bereiden een proef voor om op een aantal tramlijnen te mogen sturen op ‘regelmaat’. Als dan bijvoorbeeld de Erasmusbrug open staat heb je niet meer dat er vijf trams vlak achter elkaar rijden, waarvan de eerste twee stampvol en de volgende leeg. En daarna vrij lang wachten. Met zo’n proef willen we aantonen dat het voor klanten beter wordt en…we minder geld rondpompen met boetes. Want linksom of rechtsom: uiteindelijk betalen de klanten en de Metropoolregio die boetes. Ander geld heeft RET namelijk niet. Wanneer u ’s avonds of in het weekend op een bus staat te wachten die om de 20 minuten komt, moet die natuurlijk wel strak ‘op tijd’ rijden. Dan blijft het huidige systeem het beste.